





Praktijk Gert Klabbers, Ietje Kooistraweg 25, 7311 GZ Apeldoorn. Email: praktijk@gertklabbers.nl
AGB-
K.v.K.: 8055508. Lid Vereniging van Haptotherapeuten VVH reg.no.: 53A. Telefoon:
055 – 5760004
Een intakeverslag
Als gevolg van een langdurend affectief voedingstekort, kon ze de tederheid die ze nodig had niet meer verdragen. Haar verhaal begint met een verslag van haar tijd als pupil in een orthopedagogisch behandelingsinstituut. Ze was 17 jaar en maakte deel uit van een gemengde groep. Ik was op die groep te werk gesteld als vervanging voor de militaire dienstplicht in de periode van 1980 tot 1982. In die tijd had ik nog geen kennis gemaakt met de haptonomie. Samen met 4 collega’s stond ik in wisselende diensten op de groep als groepsleider.
Ik observeerde twee verschillende “soorten” groepsleiders. De groepsleider die de groep opkwam met een grote mond en zei: “de eerste de beste die iets verkeerd doet, smijt ik in de isoleercel” en de groepsleider die de groep opkwam en zei: “ach, die arme kinderen, laten we het gezellig maken.” Beide groepsleiders konden geen orde houden op de groep en het liep altijd uit op conflicten. Bij de groepsleider met de grote mond gelijk aan het begin van de dienst en bij de groepsleider die het gezellig wilde maken meestal vlak voor de overdracht als ze nog even van alles wilde regelen. Het bleek dat er op deze manier voor de beheersbaarheid van de groep eigenlijk altijd twee groepsleiders per dienst nodig waren. Bij voorkeur van beide “soorten” groepsleiders één. Eigenlijk waren er op deze groep Moeders en Vaders met ruime levenservaring nodig, maar de groepsleiders waren jonge mensen van rond de twintig, die zelf nog geen kinderen hadden. Van affectiviteit was geen sprake, er was alleen maar angst en agressie. In dit milieu heb ik haar destijds leren kennen via een dossier dat voorgelezen werd door een collega groepsleider.
Ze werd voorgesteld / afgeschilderd als een meisje dat er wel pap van lust. En daarmee werd bedoeld dat ze met iedere jongen die ze tegenkwam de bosjes in dook. Het beeld wat ik van haar kreeg klopte echter niet met de werkelijkheid. Ik had een wellustig type verwacht, maar haar ogen stonden dof en ze keek treurig uit haar ogen. Ik begreep niet wat al die jongens in haar zagen. Vol verbazing heb ik de gang van zaken een tijdlang aangezien. In het tweede jaar werd ik haar mentor en kreeg ik zicht op haar beleving. Ze wist helemaal niets van seksualiteit en liet zich gewoon gebruiken door al die jongens en was op die manier een populaire meid. Ze begreep ergens wel dat het niet klopte en wilde er wel mee stoppen, maar ze kon niet anders meer. Het werd inmiddels ook als vanzelfsprekend van haar verwacht dat ze beschikbaar was.
Mijn pogingen om dit ellendige drama te stoppen, bleven mede als gevolg van onbegrip en onverschilligheid van collega’s, vruchteloos. Totdat ik tijdens een reorganisatie kans zag om haar mee te nemen naar een gesloten meidengroep. Dat werd me door haarzelf in die tijd niet in dank afgenomen. In de eerste weken dat ik op de groep stond, moest ik dagelijks met haar vechten en eindigde zij tijdens mijn dienst herhaaldelijk in de isoleercel. Met haar heb ik het meest gevochten. Na het beëindigen van mijn vervangende militaire dienstplicht ben ik buiten het instituut gaan werken als fysiotherapeut en gestart met de basisopleiding voor haptonomie. Nog lange tijd na mijn vertrek kreeg ik via het instituut kaartjes van de meiden uit mijn groep als ze een mijlpaal bereikt hadden in een leven buiten het instituut. Zo kreeg ik van haar een paar jaar later een kaartje dat ze getrouwd was.
Vijfentwintig jaar later kom ik haar tegen in mijn praktijk Haptotherapie. Ze heeft drie kinderen, een eerste kleinkind en ze laat zich nog steeds gebruiken. Tijdens de hernieuwde kennismaking vertelde ze dat ze niet eens wist dat ik Haptotherapeut was, maar dat ze mij via het instituut heeft opgespoord. Vanwege door mij georganiseerde trainingen voor groepsleiders was ik in het adressenbestand gebleven. Ze heeft problemen. Het uitvoeren van seksuele handelingen is voor haar nog steeds geen probleem. Zij is echter geconfronteerd met hoe haar schoonzoon en dochter op affectieve wijze met hun kleinkind omgaan. Hierdoor heeft ze (her)ontdekt dat er een aspect van het leven is, waar zij niet aan meedoet. En na een woordenwisseling met haar man over het feit dat ze geen zin meer had om altijd beschikbaar te zijn, herinnerde ze zich mij van zolang geleden.
Ze kwam samen met haar man in eerste instantie voor een gesprek. Na een kort gesprek hebben we samen de handdoeken uit de kast opnieuw opgevouwen. Ook met haar ogen dicht kon ze met haar tast via de handdoek mijn bewegingen moeiteloos volgen. Ze ging op de behandeltafel liggen en zoals ze de bewegingen van de handdoek volgde, zo kon ze ook mijn hand volgen op haar rug. Maar als ik vroeg: “Ik raak nu je rug aan, wat doet je dat?” Kon ze geen antwoord geven. En op mijn vraag: “zal ik ermee stoppen of doorgaan”?, zei ze: “dat maakt me niet uit, als het helpt dan is het goed”. Toen zijn we op twee stoelen tegenover elkaar gaan zitten en nodigde ik haar uit om haar hand in mijn hand te leggen. Bereidwillig stemde ze toe. Ik observeerde dat ik haar hand aanraakte en dat zij zich aan liet raken. Ik vertelde dit aan haar en zij begreep dat ze iets anders deed dan ik, maar ze kon het niet meteen veranderen.
Cliënt: “wat moet ik doen?”. G.: “Wat zou je willen?”. Cliënt: “ik ben bang en durf niet”. G.: “Wat kan er gebeuren?”. Cliënt: “dat weet ik niet”. G.: “Je kunt de warmte van de zon op je huid ervaren, maar op een mooie zomerse dag kun je ook een behaaglijk gevoel van binnen krijgen, alsof je rechtstreeks contact hebt met de zon die je koestert, alsof de zon rechtstreeks bij je naar binnen komt, ken je dat gevoel?”. Cliënt: “ja, ik vind het heerlijk in de zon”. G.: “Zo is het ook mogelijk dat je via de aanraking, menselijk contact ervaart met de ander. Dat contact kan je in je gemoed raken”. Cliënt: “kunnen we dat oefenen?” G.: “Het is geen handigheidje of een vaardigheid die je kunt trainen, mensen kunnen van nature vanuit zichzelf voelen, er is veiligheid en vertrouwen voor nodig en als ergens onderweg in je leven het vertrouwen beschadigd is, moet je het ook een beetje tijd gunnen”.
Een paar weken later belde ze op, dat ze graag bij mij iets wilde leren over tederheid en aandacht. Maar omdat ze met een man getrouwd was, die ook niet beter wist dan dat het de taak van zijn vrouw was om hem seksueel te bevredigen, heb ik voorgesteld om allebei een afspraak te maken voor een opbouw en daarna een keuze te maken om in therapie te komen en daarin hebben ze toegestemd.
© Gert Klabbers